Wiskunde, wiskunde, overal wiskunde!

Overal wiskunde! In de klas, in het park, op straat.
– rekenbegrippen: onder, op, boven, achter, voor, in, naast, na, tegenover
– we staan van klein naar groot
– groepjes maken
– meer/minder/evenveel
– getallen zoeken in het straatbeeld
– getallen schrijven met krijt
– getalbeelden leren
– samen werken
– tellen
– vormen zoeken

 

 

Advertenties

Wiskunde

  • Rekentrappers:
    1: We krijgen een pakje kaarten. We leggen de kaarten van 1 tot 10 naast elkaar. We tellen op en tellen terug van 1 tot 10 en 10 tot 1.
    2: In het midden leggen we een vijf. Alles wat voor de vijf komt leggen we op een stapel links van de vijf en we zeggen ‘minder’. Alles wat na de vijf komt leggen we rechts van de vijf op een stapel en we zeggen ‘meer’. Als we een vijf tegen komen is het ‘evenveel’.
    3: we sorteren de kaarten per getal, we sorteren de kaarten per symbool.
  • Na het verhaal van Wibbel te hebben beluisterd (die op zoek gaat naar de

    gestolen cijfers), leren we de cijfers schrijven.